Dit verslag is een weergave van datgene wat er besproken is op het seminar. Ga niet op basis hiervan zelf experimenteren, maar bespreek mogelijke oefeningen altijd met de aanwezige instructeurs. Meer informatie is te vinden op de website van PD (http://www.performancedesigns.com) onder de tabs Articles en Seminars.
Het centrale thema van het seminar is: "Improve safety and performance under canopy". Dit thema wordt uitgewerkt in een aantal basisvaardigheden die iedere springer zou moeten beheersen om veiliger te kunnen vliegen en meer uit zijn/haar parachute te halen.
Neem bij het bezoek aan een nieuwe dropzone de tijd om een luchtfoto of kaart te bekijken. Zoek een paar grote referentiepunten (gebouwen, werken) om snel je wachtgebied te kunnen vinden.
Zoek nu na de opening meteen je wachtgebied op. Vaak hang je er al in, anders vlieg je er naar toe. Zoek ook meteen je referentiepunten op. Zodoende weet je ook meteen of je een slechte spot hebt gehad. Vlieg altijd richting je wachtgebied, zodat je eventueel in een van de andere assen van het circuit kunt aansluiten. Juist het hebben van een vliegplan helpt je bij het herkennen van een slechte spot en geeft je de gelegenheid alternatieve landingsplaatsen te zoeken. Als je een ander landingspunt gevonden hebt kun je je vliegplan over de kaart verschuiven zodat je je 500 ft en 300 ft referentiepunten weer terug kunt vinden.
Het nauwkeuriger kiezen van een landingspunt vergroot de veiligheid. Vlieg je vaak te ver bij weinig wind? Kies dan je doel voor in het landingsgebied. Haal je vaak het veld maar net bij veel wind? Kies dan je doel achter in het landingsgebied.
Veel mensen kijken voordurend naar beneden, studerend op de situatie op de grond. Een vliegplan helpt je snel de situatie te doorzien en geeft zo tijd om rond te kijken naar andere koepels en helpt zo koepelbotsingen te voorkomen. Vlieg simpelweg over je referentiepunten, dan heb je zeker in de drukke onderste 1500 ft tijd om je heen te kijken. Een vliegplan kan niet altijd exact worden uitgevoerd, maar kan altijd worden aangepast. Bij draaiende wind bijvoorbeeld, draai gewoon het vliegplan rond het doel.
Vlakke draaien zijn niet-duikende draaien, ze bouwen weinig daal- en voorwaartse snelheid op. Houd de toggles in ongeveer halve remmen om de koepel vlak te houden. Houd de toggles ongelijk om een draai te maken, eigenlijk net als bij een normale draai. De toggles diep in de remmen kan ook, maar laat dan voor de draai de tegengestelde toggle op. Zodoende voorkom je dat de koepel aan een kant wegvalt (stalled).
Het maken van vlakke draaien vereist regelmatige oefening. Iedere koepel reageert verschillend en ook het instinct van de springer moet blijvend worden getraind. Houd in ieder geval de 10 seconden regel in het oog: Houd 10 seconden volle vlucht aan voor de landing, houd anders de remmen vast, flare en maak een landingsrol.
Het openen van je koepel, koepelcontrole tijdens de opening, het pakken van de toggles en een keer pompen kunnen zo 10 seconden in beslag nemen. In die 10 seconden met 60 mph naar elkaar toe is heel veel. Een beter alternatief is te gaan tellen bij het openen, te blijven tellen als de koepel je optilt en blijven rondkijken, dus niet omhoog.
De aanbevolen techniek is als volgt: stabiele vrije val op de buik, hoofd omhoog, schouders horizontaal. Tel bij de opening, voel de koepel je rechtop tillen en voel en luister naar je koepel. Blijf doortellen. Dit alles kan je al genoeg vertellen of je koepel vliegt. Een snelle blik omhoog kan dan alsnog een storing, zoals een gebroken lijn of een scheur aan het licht brengen, maar dit zijn low speed malfunctions. Blijf bij het openen zoveel mogelijk rond kijken. Steven je af op een botsing, pak de achterste risers en draai je koepel rustig weg. Probeer je langzaam maar zeker te wennen aan deze manier van openen.
Een staffel helpt bij separatie (en dus voorkomen van botsingen) bij de landing. Werk hieraan mee: hang je laag, land dan vlot, hang je hoog, blijf daar wachten. Houd in de staffel rekening met de verschillende koepels. Als je er langs moet, doe dan dan zo vroeg mogelijk, maar onderschat de mogelijkheden niet om hoog te blijven, ook met een kleine koepel. Ga ook niet met een grote koepel snel draaien en dan voor anderen blijven hangen.
Het bereik downwind kan worden vergroot.
Over het algemeen werkt remmen beter dan trekken aan de achterste risers.
Remmen geeft namelijk meer lift bij lage snelheden.
Upwind is de situatie natuurlijk anders.
Front risers op downwind vlucht laten je koepel sneller zakken, waardoor je
bereik minder wordt. In upwind vlucht kan het je net over een obstakel heen
helpen.
Bij nadering kijk je naar een doel. Als het omhoog komt haal je het niet, als het zakt vlieg je er overheen. Je uiteindelijke landingspunt blijft op dezelfde plaats. Dit kan van pas komen om te zien of je over een bepaald obstakel heen komt.
Bij toepassing op grotere hoogte moet je er wel rekening mee houden dat de
windsnelheid op verschillende hoogtes kan varieren. Dit beinvloed
natuurlijk de nauwkeurigheid. De nauwkeurigheid van de methode wordt beter
bij nadering van de grond. Houd in ieder geval rekening met de benodigde
hoogte om in
te draaien.
Opmerking: probeer dit niet op downwind vlucht, omdat er nog omgedraaid moet
worden.
Begin op ongeveer twee maal je eigen hoogte. Trek de toggles aan in de tijd dat het duurt om 'Flare' te zeggen. Toggles aantrekken tot de 'sweatspot', daar waar de koepel rustig stopt. Het lichaam zwaait nu onder de koepel door en brengt de neus omhoog. Laat de koepel zo lang mogelijk vliegen om de voorwaartste snelheid te laten afnemen. Maak de landing in balans af, laat de koepel jouw neerzetten. Houd de handen laag en voor je, laat ze aan het einde elkaar raken. Oefen deze methode van flaren eerst hoger in de lucht om er gevoel voor te krijgen.
Antwoorden:
Nee en nee. Alles is afhankelijk van de luchtsnelheid. De wind beinvloed
alleen de grondsnelheid.
Dit houdt in dat de flare op dezelfde hoogte kan worden ingezet, onafhankelijk
van de wind. Je ogen laten je denken dat een hogere grondsnelheid ook een
hogere daalsnelheid inhoudt. Dit is niet zo, dus kan de flare op dezelfde
hoogte worden ingezet.
Waarschuwing: Alleen geschikt voor reguliere springers. Verzeker jezelf er eerst van dat je de basisvaardigheden goed onder de knie hebt.
Mocht je toch in die situatie komen: Het afbreken van een hookturn voor een hoge snelheid nadering of van een carve kan door gebruik te maken van de technieken voor een vlakke draai.